zaterdag 17 december 2011

‘Hoofdredactrice wil ik niet worden’
Carmen kon na haar opleiding journalistiek meteen terecht bij Gazet Van Antwerpen

Carmen Carnier (25) studeerde in 2008 af aan de voormalige Katholieke Hogeschool Mechelen, nu Lessius Mechelen. Na haar stage kon ze meteen aan de slag als journaliste bij Gazet Van Antwerpen. Ondertussen werkt ze daar sinds drie jaar als eindredactrice. ‘Van mijn sociale leven blijft niet veel meer over, maar ik zou voor geen geld van de wereld een andere job willen.’

‘Gedurende mijn stage heb ik mij ontzettend hard ingezet. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen’, zegt Carmen, ‘Toen de job me werd aangeboden, heb ik die met twee handen aangenomen. Want werk vinden in de journalistieke sector is niet makkelijk.’

Carmen combineerde gedurende het eerste jaar een job als journaliste voor de regio Mechelen en haar functie als parttime eindredactrice, beide bij Gazet Van Antwerpen. Na een jaar kwam er een job vrij als fulltime eindredacteur. ‘Als eindredacteur schrijf je zelf geen artikels. Dat mis ik wel’, zegt Carmen.

Carmen draagt een grote verantwoordelijkheid. ‘Ik zorg ervoor dat de artikels geen fouten meer bevatten en dat mijn katern, meestal de editie Mechelen, op tijd bij de drukker ligt. Als er op het laatste moment nog iets gebeurt, bijvoorbeeld een brand, moet ik ervoor zorgen dat er nog een artikel in de editie van die dag kan. Dat zijn spannende momenten. ’

De eindredactrice doet haar werk ontzettend graag. ‘Wat ik leuk vind aan mijn job is dat, als er iets gebeurt in de wereld, wij het als eerste weten. Of dat zou toch moeten in ieder geval. Je weet ook nooit op voorhand wat er die dag gaat gebeuren. Dat houdt het spannend en zorgt voor afwisseling. Natuurlijk vind ik het erg als er iets ellendigs in de wereld gebeurt. Maar dat hoort bij het beroep. Op dat moment tellen gevoelens niet mee. Als je later een item rond datzelfde onderwerp in het journaal ziet, begin je er pas echt over na te denken.’

Carmen klopt lange dagen. ‘Om drie uur in de namiddag kom ik toe op de redactie en meestal werk ik door tot middernacht. Veel tijd voor vrienden en familie blijft er niet over’, aldus de journaliste. ‘Op de redactie hangt gelukkig een leuke sfeer, dat maakt veel goed.’ Om de drie weken werkt Carmen ook op zondag. Al hangt er wel een voordeel vast aan werken in het weekend. Je krijgt er vakantiedagen voor in de plaats.

Ook voor een gezinsleven heeft ze geen tijd. ‘Op dit moment ben ik tevreden met hoe de situatie nu is, maar ik weet dat deze functie moeilijk te combineren is met een gezin. Er zijn weinig collega’s die een klassiek gezinsleven hebben, de meesten zijn vrijgezel. Mijn toekomstige partner zal dan ook heel begripvol moeten zijn’, aldus Carmen.


Na drie jaar als interim gewerkt te hebben, kreeg Carmen onlangs een vast contract aangeboden. ‘Het voelt goed om er eindelijk echt bij te horen’, zegt Carmen. Naast een hoger loon, 1700 euro per maand om precies te zijn, zijn er ook nog andere voordelen verbonden aan een vast contract. ‘Mijn nettoloon is gestegen met 200 euro en ik  heb  sinds kort een gsm gekregen. Voordien belde ik altijd met mijn eigen toestel.’

Als tip voor beginnende journalisten geeft Carmen dit nog mee: ‘Luister naar de raad die docenten je geven tijdens de les, ze spreken meestal uit eigen ervaring. Ik heb er al veel aan gehad. Ook de stage is heel belangrijk: zet je er 100 procent voor in. Het vak zelf ontdek je immers op de werkvloer.’ 


Nieuwe studentenkoten vallen in de smaak

Studente interieurvormgeving laaiend enthousiast over STIP studentenkamer

Het STudentenInformatiePunt (STIP) verhuurt sinds dit academiejaar splinternieuwe koten aan studenten van Lessius Mechelen. Caroline Van der Kelen (19) is één van de negenentwintig kotstudenten die een felbegeerde kamer te pakken kreeg. ‘Eigenlijk stond ik op de wachtlijst, maar dankzij de vele telefoontjes van mijn moeder kon het STIP niets anders doen dan een kamer aan mij te verhuren.’



De koten zijn gelegen aan campus Kruidtuin, waar ook de nieuwe cafetaria gevestigd is. ‘De ligging kan niet beter’, zegt Caroline. ‘Op minder dan vijf minuten wandelen ben ik op school of in het centrum van de stad.’ De eerstejaarsstudente is lang niet de enige die een kamer in het gerenoveerde gebouw wilde bemachtigen. De nieuwe gemeubileerde kamers, douches en toiletten zorgden voor een grote stormloop bij de studenten. Ook de grote keuken, die tevens ook gebruikt wordt als leefruimte, is een pluspunt. ‘Al zijn er toch ook enkele minpunten’, zegt Caroline. ‘We missen een televisie en enkele banken in onze leefruimte. Nochtans beloofde het STIP ons dit bij de rondleiding. Ook de isolatie is niet wat het zou moeten zijn. Mijn kamer grenst aan de gezamenlijke leefruimte en dat zorgt al wel eens voor geluidsoverlast. Dat alles weegt natuurlijk niet op tegen de pluspunten.’

Kant-en-klare maaltijden
Toen Caroline besliste om in Mechelen te studeren, was het meteen duidelijk dat ze een studentenkamer nodig had. ‘Het was mijn droom om als student op kot te gaan. Maar het feit dat ik met het openbaar vervoer uren onderweg zou zijn, heeft de doorslag gegeven.’
Ook al voelt Caroline zich ontzettend thuis op het studentenkot, toch is ze blij dat ze elk weekend naar huis kan. ‘Zo zie ik mijn moeder nog eens en kan ik een nieuwe voorraad kant-en-klare maaltijden inslaan, want ik kan absoluut niet koken. Na een week ‘koken met de microgolfoven’, ben ik blij met de verse maaltijden die mijn moeder klaarmaakt.’

Gezellige drukte
Naast het bieden van onderdak aan Vlaamse studenten, verhuurt het STIP ook kamers aan enkele buitenlandse studenten. Er wonen onder andere Nederlanders, Portugezen en Spanjaarden in het gebouw. Twee van de negenentwintig kamers zijn ingericht voor mensen met een fysieke handicap. Eén van die kamers is verhuurd aan een meisje met een beperkt zicht. Ook zij wordt goed opgenomen in de groep. ‘Natuurlijk klikt het niet met iedereen even goed’, zegt Caroline, ‘maar we zijn ondertussen een hechte bende geworden. Wanneer ik op mijn kamer zit, laat ik meestal de deur op een kier. Zo zit er altijd wel iemand bij me om wat te praten en ben ik nooit alleen.’   

Comfort
De huurprijs van een kamer bedraagt 250euro per maand. ‘In tegenstelling tot andere koten is dit echt goedkoop. Er komt zelfs elke dag een schoonmaakster langs die de gemeenschappelijke ruimtes poetst. Onze eigen kamer moeten we natuurlijk zelf netjes houden’, vertelt Caroline. ‘Voor ik de knoop doorhakte om deze kamer te nemen, heb ik ook nog enkele andere koten bezocht. In vergelijking met die, is dit het mooiste en leukste studentenkot dat ik kon wensen.’


donderdag 26 mei 2011

Reportage

Geloof overstijgt seksueel misbruik

Twee miljoen katholieken naar Wereldjongerendagen in Madrid

Wereldjongerendagen in Sydney
http://www.flickr.com/photos/catholicism/4902786080/in/photostream/

Meer dan twee miljoen jonge christenen tussen de zestien en dertig jaar uit 170 landen worden van 16 augustus tot 22 augustus verwacht in het Spaanse Madrid voor de veertiende editie van de Wereldjongerendagen. Het grootste internationale jongerenevenement ter wereld, dat om de twee à drie jaar georganiseerd wordt. Ontmoeting, kunst, sport en cultuur gecombineerd met gebed en verdieping staan centraal tijdens het festival.








Ondanks de vele misbruikschandalen in de Kerk, zijn velen nog gelovig. Volgens Mark De Bruijn (23) uit Nootdorp, Nederland, gaan jongeren steeds meer op zoek naar versterking en bevestiging in hun persoonlijk geloof. En daar kan het seksueel misbruik absoluut niet tegen op.

Veel jonge gelovigen hebben de Wereldjongerendagen leren kennen via hun parochie. Zo werd Marie Boz (22) uit Kampenhout gesponsord door de gemeenschap als dank voor haar inzet tijdens de toenmalige communiecatechese.
Annekatrien De Greve (20) uit Drongen leerde het jongerenfestival kennen via haar vader, die diaken is.  

Anderen worden nieuwsgierig door verhalen die ze horen van deelnemers. Heleen Deruytere (22) uit Ieper hoorde een getuigenis van een bevriende deelnemer. Het verhaal maakte zo’n grote indruk dat ze meteen mee wilde naar de volgende Wereldjongerendagen.

Ook Paus Benedictus XVI , de gastheer van dit evenement, zal aanwezig zijn. Velen ervaren het moment van zijn aankomst als een openbaring. Anderen vinden dan weer dat zijn komst niet veel met de Wereldjongerendagen te maken heeft.

Jongeren die naar de Wereldjongerendagen gaan zijn meestal zelf heel actief bezig met hun geloof en de Kerk. Velen onder hen zijn misdienaar in hun parochie, of lid bij het zangkoor.

Hans Homblé (35)
‘Kerk staat voor grotere uitdagingen dan aanpakken van pedofilie’

Hans is pastoraal medewerker en diensthoofd bij Jongerenpastoraal in Vlaanderen (IJD) in Vlaams-Brabant en Mechelen. Buiten de IJD is Hans ook actief als coördinator van het voorprogramma van het Aartsbisdom en hij is lid van het kernteam tijdens de Wereldjongerendagen in Madrid.

‘Jongeren voelen zich steeds minder verbonden met de kerk en zoeken steeds meer naar andere gelovige jongeren in een groter geheel.’ Volgens Hans moet je dit evenement, als jonge christen, zeker meemaken. Je komt namelijk nergens anders zoveel gelijkgezinden tegen.

‘De jongeren die wij nu bereiken voor de Wereldjongerendagen, komen uit overtuiging, niet meer uit gewoonte.’Hans ziet duidelijk een vermindering in het aantal Vlaamse jongeren dat meegaat naar Madrid. ‘De nieuwe generatie jongeren die meegaat naar de Wereldjongerendagen is kleiner dan anders. En de crisis maakt ons werk er zeker niet makkelijker op.’

‘Ik geef toe dat de kerk jarenlang op een foute manier is omgegaan met het misbruik. Ze zetten nu stappen in de goede richting. Maar de kerk staat voor grotere uitdagingen dan het aanpakken van pedofilie. Er zijn hervormingen aan de gang waarvan niemand weet wat het gaat worden.’


Mark De Bruijn (23)
‘Jongeren gaan steeds meer op zoek naar versterking en bevestiging in hun persoonlijk geloof en daar kan seksueel misbruik in Kerk niet tegen op’

Mark De Bruijn raakte gefascineerd door de Wereldjongerendagen in 2002. Toen de zesdaagse plaatsvond in Toronto. Dankzij het enthousiasme van het toenmalige pastoraal team van zijn parochie, nam hij in 2005 zelf deel aan de Wereldjongerendagen in Keulen, Duitsland.

‘Ik werd gevraagd om trombone te spelen in het gelegenheidskoor tijdens de dagelijkse eucharistievieringen van de Wereldjongerendagen. Doordat ik bijna de hele tijd bezig was met het koor, miste ik veel van het centrale programma en het groepsgevoel.’ Om dat grootse gevoel te beleven, trok Mark in 2008 naar de Wereldjongerendagen in het Australische Sydney. ‘Dat was letterlijk en figuurlijk een wereldreis.
Het schitterende gevoel dat ik daar kreeg is niet met woorden te beschrijven. Dat is net de reden waarom ik deze keer opnieuw  mee ga, naar Madrid.’

Wereldjongerendagen in Sydney
http://www.flickr.com/photos/chanc/683722578/
Mark onderneemt dit jaar een heuse pelgrimstocht naar Madrid. ‘Samen met enkele vrienden nemen we de fiets naar Spanje, een idee van de huidige pastoor in onze parochie en een diaken uit Gouda’, zegt Mark.
Daarmee wordt het reizen naar Madrid niet enkel een methode om op hun bestemming te komen. ‘Terwijl al die kilometers onder me door glijden, heb ik de tijd om na te denken en te bezinnen. Wat toch een achterliggende gedachte is van de Wereldjongerendagen.’ Daarmee wordt hun reis al een doel op zich. Hun reisgroep bestaat uit twaalf mensen, waarvan drie begeleiders. ‘De pastoor die met ons meefietst is trouwens zelf in de jaren ’80 met de fiets naar de eerste Wereldjongerendagen in Rome getrokken, hij heeft dus al wat ervaring!’

Naast zijn deelname aan de Wereldjongerendagen is Mark ook zeer actief in zijn eigen parochie en is hij wekelijks terug te vinden in de kerk. ‘Ik zing in het jongerenkoor en daarnaast ben ik eveneens actief als acoliet. Deze taak omvat onder andere het opleiden van nieuwe misdienaars. Ik heb deze taak gekregen, omdat  ik zelf al vijftien jaar ervaring heb.’ Die gedrevenheid heeft Mark meegekregen van zijn ouders, maar ondertussen doet hij dit vooral uit eigen beweging. ‘Mijn ouders staan voor 100 procent achter mij. Zij hebben altijd geprobeerd om mij en mijn broer in het teken van hun geloof op te voeden.’

Naar goede gewoonte zal de Paus ook dit jaar aanwezig zijn op de Wereldjongerendagen. ‘De aankomst van de Paus is altijd een beklijvend moment’, aldus Mark. De Paus nodigt ons om de 2 à 3 jaar uit in een gastland.
‘Ook de kruisweg is een heel beklijvend moment’, zegt Mark.
Het passieverhaal wordt door tal van acteurs nagespeeld en wordt door de duizenden jongeren langs de kanten van de straat bekeken. ‘Dit is vooral een heel ingetogen moment en toont de kern van het Christelijk geloof’, zegt Mark.

Annekatrien De Greve (20)
‘Het heeft het lang geduurd voor ik mijn vrienden en klasgenoten vertelde over mijn religie’

Annekatrien uit Drongen is heel actief in de parochie van de Brugse Poort. Zij gaat dit als begeleidster mee naar de Wereldjongerendagen. 

‘Ik ben opgegroeid in een christelijke familie, mijn vader is diaken. Ik kwam dus al van kinds af aan in contact met mijn geloof, maar ik wou meer. De verhalen die ik hoorde van bevriende deelnemers over de Wereldjongerendagen in Toronto en Keulen maakte me nieuwsgierig. In 2008 nam ik zelf deel aan het evenement in Sydney’, zegy Annekatrien. ‘Dit jaar ga ik mee als begeleidster.’ 

De komst van de Paus is voor Annekatrien zeker geen hoogtepunt. ‘Volgens mij heeft de Paus niet veel te maken met de Wereldjongerendagen, ook al is hij de gastheer. Het hoogtepunt voor mij is de slotviering. Na een avondwake overnachten alle jongeren samen in openlucht. ’s Ochtends is er een viering. Dat is gewoonweg een onvergetelijk moment.’  

‘De crisis in de kerk heeft heel wat mensen pijn gedaan. Maar ik denk er niet aan om mij te laten ontdopen. Ik ben en blijf gelovig.’ Annekatrien is heel actief in de parochie van de Brugse Poort, waar ze misdienaar en koorlid is. ‘Ik vertel graag over mijn gebeurtenissen en verwachtingen in het geloof. Al heeft het lang geduurd voor ik mijn vrienden en klasgenoten vertelde over mijn religie. Bloed, zweet en tranen heeft het me gekost. Toen ik de stap eindelijk gezet heb, was het alsof er een blok van mijn schouders viel. Nu vertel ik heel openlijk over de Wereldjongerendagen en mijn geloofsovertuiging.’

Marie Boz (22)
‘Beroep gekozen naar aanleiding van Wereldjongerendagen’

Ook Marie uit Kampenhout zal zich midden augustus in Madrid bevinden voor dit evenement. Ze is net afgestudeerd als leerkracht Godsdienst. Naar aanleiding van de Wereldjongerendagen startte zij ‘het kerkgangers project’.

‘De kerk is een plaats waar gelovigen elkaar ontmoeten en samen vieren. Ook al zijn er enorme fouten gemaakt, ik zal de kerk altijd blijven verdedigen. ’
Marie nam voor het eerst deel aan de Wereldjongerendagen in 2008. Het evenement vond toen plaats in Sydney. Samen met een vriendin werd ze gesponsord door de parochie, als cadeau voor hun inzet tijdens de toenmalige communiecatechese.

‘Het kerkgangers project is een evenement dat ik samen met enkele vrienden opgericht heb na de Wereldjongerendagen in Sydney. De Wereldjongerendagen hebben een diepe indruk nagelaten, dat gevoel wilden we ook behouden in Vlaanderen. We wilden diepgang en samenkomen koppelen aan de kerk.’
Samen met enkele anderen sprak Marie een aantal keer per jaar af in een parochie in Vlaanderen, waar ze de viering bijwoonden en achteraf bezonnen. ‘Ondertussen spreken we enkel nog af tijdens de vasten en in de advent. We zijn met een grote groep in heel Vlaanderen, dus het is niet altijd eenvoudig om een moment vast te leggen.’

‘Voor mij zijn de Wereldjongerendagen één groot hoogtepunt’, zegt Marie. ‘Elke keer wordt ik weer door iets anders geraakt. Vooral de gesprekken en de ontmoetingen met andere gelovigen zijn heel pakkend.’ Net als Annekatrien, vindt ook zij de openingsviering en de slotviering heel ontroerend.

‘Waarom ik leerkracht godsdienst ben geworden? Na mijn eerste deelname aan de Wereldjongerendagen in Keulen, was ik zo overdonderd door de impact van een geloof, dat de keuze snel gemaakt was. En ik heb er nog steeds geen spijt van.’

Heleen Deruytere (22)
‘Ik ben een ongelovige Thomas’

Heleen uit Ieper studeert verpleegkunde en vroedkunde. Wegens haar studies kan ze dit jaar niet mee naar Madrid. Maar ze hoopt dat het misbruik in de kerk er niet voor zorgt dat jongeren afhaken voor de Wereldjongerendagen.

‘De Wereldjongerendagen gaat over veel meer dan enkel ‘geloven’. Dit evenement heeft een invloed op iedereen, als mens’, zegt Heleen. ‘Overal waar je kijkt zijn er mensen. Op zo’n moment besef je dat je er niet alleen voor staat. Het is een gevoel dat ik niet met woorden kan beschrijven.’

‘Elke keer als ik terugkeer van de Wereldjongerendagen voel ik me als een enorme energiebom. Het is ook heel leuk om andere gelovigen te ontmoeten.’
Heleen Deruytere hoorde een getuigenis van iemand die aanwezig was op de Wereldjongerendagen in Toronto. ‘Het verhaal maakte zo’n grote indruk, dat ik meteen meewilde. Ik was net zestien en mocht mee naar Keulen.’

‘Ik ben ondertussen tweeëntwintig jaar en ik ben niet beschaamd om te zeggen dat ik gelovig ben. Vroeger was dat anders, want ik wilde geen vrienden verliezen omdat ik gelovig was. Ondertussen ligt dat anders: ik ben wie ik ben. Echte vrienden hebben daar respect voor.’

‘De crisis in de kerk is een spijtige zaak. Ik ben als het ware een ongelovige Thomas op dat vlak. Ik wou het gewoon niet geloven. Uiteindelijk gaf ik het wel een plaats.’

Ik ben ondertussen al enkele jaren leiding van de Sint-Jansjongeren. Een pluswerking die activiteiten organiseert zoals onder andere een sportdag en een stadsspel. Daarnaast organiseren we ook elk jaar zes jongerenvieringen die we zelf in elkaar steken. Sommige jongerenvieringen worden opgebouwd vanuit een evangelietekst. Anders gebruiken we een thema. Zo hebben we al eens een viering opgesteld waarbij iedereen in zijn pyjama danste in de kerk. Een viering in openlucht hebben we ook al eens meegemaakt.

‘Naast leidster van de Sint-Jansjongeren ben ik ook begeleidster van het Bijbels Tentenkamp. Ik ga al zes jaar lang mee als begeleiding voor jongeren van twaalf tot vijftien jaar. Het is niet altijd zo makkelijk om tieners van deze leeftijdsgroep aan te spreken, maar het geloof komt op een speelse manier aan bod. We leven vijf dagen lang in de natuur en we slapen in tenten. Het thema van dit jaar is gewoon anders, anders gewoon. Zo maken we duidelijk aan jongeren dat iedereen gewoon is, maar toch anders. Ik vind het heel boeiend om de jongelui te begeleiden.’

Momenteel is Heleen ook aangesloten bij het presidium van de studentenpastoraal Gent. Een studentenvereniging waarbij het geloof een belangrijke betekenis heeft.

Voor meer info kan je terecht op de website: http://www.madrid2011.be/



Kaderstukje

Van 300 000 naar twee miljoen
In 1984 vonden de eerste Wereldjongerendagen plaats in Rome. Tijdens deze editie waren er 300 000 jongeren aanwezig.
Naar aanleiding van ‘het internationaal jaar van de jeugd’ vonden de Wereldjongerendagen opnieuw plaats in 1985. Ook toen waren er 300 000 aanwezigen in Rome.
Pas vanaf 1986 is men gestart met de officiële telling van het aantal Wereldjongerendagen. De eerste internationale Wereldjongerendagen vonden opnieuw plaats in Rome.
Een jaar later vonden de Wereldjongerendagen plaats in Buenos Aires. Het deelnemersaantal was intussen gestegen tot  1 miljoen aanwezigen.
In 1989 werden de Wereldjongerendagen georganiseerd in Santiago de Compostella. Er kwamen in totaal 400 000 jongeren opdagen.
Hierna werden de Wereldjongerendagen georganiseerd in het Poolse Czestochowa, waar maar liefst 1 600 000 jongeren aanwezig waren.
De volgende Wereldjongerendagen vonden plaats in Denver, Verenigde Staten. Er waren 500 000 jongeren aanwezig.
De stad Manilla in de Filippijnen was de volgende locatie voor de Wereldjongerendagen in 1995. Maar liefst 4 000 000 jongeren kwamen samen.
Frankrijk was het gastland in 1997. Voor de Wereldjongerendagen in Parijs kwamen 1 200 000 jongeren van over de hele wereld naar het land.
In 2000 werden de Wereldjongerendagen opnieuw georganiseerd in Rome. Er waren toen maar liefst twee miljoen jongeren aanwezig.
Nadien was Toronto, Canada aan de beurt. 800 000 jongeren kwamen toen meevieren.
De volgende Wereldjongerendagen vonden plaats in het Keulen. Er kwamen in totaal 1 200 000 jongeren naar Duitsland.
De laatste Wereldjongerendagen werden georganiseerd in het Australische Sydney. 225 000 jongeren waagden zich aan de wereldreis.
In augustus 2011 is Madrid het gastland. Er worden meer dan 2 miljoen jongeren verwacht.

Lisa Van de Velde

zaterdag 21 mei 2011

Vuvox reportage

The Gay Pride door de ogen van een hetero


De zestiende editie van the Gay Pride vond plaats op 14 mei 2011 in Brussel. De Pride is een coming-out evenement voor vele holebi’s met een feestelijk, politiek en cultureel karakter. Sylke Biesemans (18), studente journalistiek en hetero nam deel aan de optocht.

zaterdag 30 april 2011

Nieuws

Antwerpse musea organiseren Donderdagavonden voor jongeren

Museum aan de Stroom (MAS)
http://www.flickr.com/photos/stijnnieuwendijk/5503660449/in/photostream/
 
Jongeren tussen 16 en 25 jaar kunnen elke laatste donderdag van de maand vanaf 20 uur tot middernacht gratis terecht in verschillende Antwerpse musea om deze en hun collecties op een verfrissende en eigenzinnige manier te leren kennen.

Antwerpen draagt dit jaar, als derde stad op rij, de titel ‘Europese Jongerenhoofdstad 2011’. Naar aanleiding daarvan organiseren de Antwerpse musea De Donderdagavonden van de musea. Vanaf donderdag 21 april zetten de musea elke laatste donderdag van de maand hun deuren wagenwijd open voor het jonge publiek.
Zo kunnen creatieve zielen tijdens de eerste Donderdagavond terecht bij musea op ’t Zuid voor een spetterende openingsnocturne. Geïnteresseerden kunnen onder meer breien in de ‘cosy knitting corner’ in het ModeMuseum, zich laten rondleiden door Peter Van den Eede in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten of ze kunnen experimenteren met digigraffiti in het FotoMuseum. Als afsluiter kunnen de jongelui zich die avond laten gaan op de Bollywoodfuif in het Museum van Hedendaagse Kunst.
Naast de musea is ook Piazza dell’Arte, een educatieve kunstorganisatie, van de partij. In samenwerking met de jeugd nemen zij het imago van de Antwerpse musea onder handen door middel van grafische voorstellingen en video-opnames. Het zijn overigens de adolescenten zelf, die samen met de Europese Jongerenhoofdstad instaan voor de promotie, de invulling van de avonden, de programmering, het onthaal van de artiesten en de artistieke coaching.
Het project loopt nog tot en met 27 oktober 2011. Op die avond vindt er een groot slotfeest plaats in de vorm van een gemaskerd bal, MAS[KED], in het nieuwe Museum aan de Stroom op het Eilandje.

Lisa Van de Velde

vrijdag 29 april 2011

Nieuws


Politiezones Rupel en HEKLA verhogen controle op hangjongeren 

Hangjongeren in Rumst
door Lisa Van de Velde

Uit recente enquêtes die de Lokale PolitieZone Rupel afnam bij de inwoners, blijkt dat de Rupelse bevolking zich onveilig voelt buiten zijn vertrouwde omgeving. Vooral de aanwezigheid van hangjongeren versterkt dat gevoel. Zowel de politie van zone Rupel als die van HEKLA ondernemen gerichte acties om deze overlast aan te pakken.

‘Niemand laat nog toe dat jongeren zich verzamelen op een bank in een park of een wijk’, zegt hoofdinspecteur bij politiezone HEKLA Patrick Crabbé, ‘onze maatschappij blijkt een lage tolerantiegrens te hebben.’ Het fenomeen ‘hangjongeren’ steekt steeds weer de kop op zodra de eerste lentezon verschijnt. Om ervoor te zorgen dat het voor iedereen aangenaam is op straat en in publieke plaatsen, zet zone Rupel (Boom, Hemiksem, Niel, Rumst en Schelle) extra overlastpatrouilles en voetpatrouilles in. Zone HEKLA (Hove, Edegem, Kontich, Lint en Aartselaar) zet zijn wijkagenten in, die versterking aangeleverd krijgen op piekmomenten door  interventieploegen.

Nultolerantie of avondklok?
‘De leeftijden variëren sterk in functie van de tijd en de plaats. Hangjongeren zijn meestal actief in de weekends, weekendnachten en vakantieperiodes. Wanneer we spreken over overlast op speelterreinen gaat het meestal over jongelui van veertien jaar en ouder. Bij overlast in de buurt van een nachtwinkel varieert de leeftijd van de jongeren tussen vijftien en achttien. Adolescenten vanaf zestien jaar zorgen dan weer voor overlast rond fuifgelegenheden’, stelt Crabbé vast.
Toch zijn de politiezones niet van plan om een avondklok of nultolerantie in te voeren. Volgens Crabbé wordt een avondklok meestal gebruikt als de problematiek escaleert. Binnen de politiezones HEKLA en Rupel stelt dat probleem zich nog niet.

Aantal meldingen
‘Politiezone HEKLA  leunt aan bij een aantal grote (Antwerpen) en middelgrote politiezones (Minos, Rupel, Bodukap). Hoe korter een gemeente aanleunt bij verstedelijkt gebied is er ook duidelijk minder sociale controle, wat maakt dat jongelui zich ongestoorder kunnen gedragen’, aldus Crabbé, ‘ongestoorder gedrag in combinatie met minder sociale controle brengt mee dat mensen sneller naar politie telefoneren.’
Hangjongeren bevinden zich vaak in de onmiddellijke omgeving van het centrum. ‘Wanneer er een aantal gemeenschappelijke problemen zich voordoen, die impact hebben op beide politiezones, dan is er dagelijks overleg en worden er gemeenschappelijke acties uitgeschreven’, zegt Crabbé.
In 2010 kreeg de politie voor heel de Rupelstreek 143 meldingen binnen van overlast veroorzaakt door rondhangjongeren. Er werd 450 uur exclusief gepatrouilleerd door het overlastteam.

Lisa Van de Velde
Expertinterview

‘We verkopen ook condooms, aan een voordelig tarief natuurlijk’
Maatschappelijk assistente Carole Mouligneaux vindt dat het JAC niet alleen psychische hulp moet geven

door Lisa Van de Velde


Carole Mouligneaux (24) werkt sinds vier jaar bij het Jongeren Advies Centrum (JAC) in Mechelen. Samen met zes andere hulpverleners probeert zij adolescenten zo goed mogelijk te begeleiden. ‘We nemen elke oproep serieus. Zelfs als we vermoeden dat het om een flauwe grappenmaker gaat.’





Het JAC biedt enkel hulp aan jongeren die dat willen.
Carole Mouligneaux: Jongeren tussen 12 en 25 jaar uit de regio Mechelen kunnen, eventueel anoniem, bij ons terecht met al hun vragen. We werken ook samen met de jeugddiensten van Puurs, Lier en Heist-op-den-Berg, zodat we ook jongeren uit de kleine gemeenten kunnen bereiken. Buiten hulpverlening doen we ook aan preventie. Dat wil zeggen dat we hulp verlenen aan jongeren die dat wensen, maar we maken het JAC ook bekend in scholen, we bieden workshops aan, organiseren projecten,…Momenteel loopt er een project rond jeugdadviseurs. In die training leren we jongvolwassenen aan hoe ze hun vrienden nog beter kunnen helpen, omdat we weten dat adolescenten veel beroep doen op hun vrienden als ze problemen hebben. We werken ook vaak samen met de stad Mechelen. Nu bijvoorbeeld met het project C@V@?! Dat is een tijdelijk project rond de digitale kloof waarbij we ons richten op jongeren die heel weinig weten van computers of jongelui die thuis geen computer ter beschikking hebben. Wij noemen dat hier de ‘offline jongeren’. Er zijn ook jongeren die hier gewoon binnenstappen om informatie in te winnen. We verkopen ook condooms, aan een voordelig tarief natuurlijk.’
Hoe kunnen jongeren jullie contacteren en waarover gaan die oproepen dan?
Carole: ‘Wij zijn hier op het JAC geopend op maandag, woensdag en vrijdag. Jongeren kunnen hier dan langskomen zonder afspraak. Jongeren kunnen natuurlijk ook een afspraak maken buiten de openingsuren. Ze kunnen ons altijd bellen, mailen, een brief schrijven of met ons chatten. Er zijn ook adolescenten die worden doorverwezen vanuit het Centrum voor Leerlingen Begeleiding (CLB) of jongeren die naar ons toekomen omdat leerkrachten, familie en vrienden die zich zorgen maken. De vragen zijn nogal leeftijdsgebonden. We merken dat plus-achttienjarigen vooral naar ons toekomen met vragen over onder andere alleen wonen en naar het buitenland gaan. Terwijl de plus-twaalfjarigen meer problemen hebben rond sociale vaardigheden, laag zelfbeeld, partnerkeuze en pesten.’
Krijgen jullie soms te maken met flauwe grappenmakers?
Carole: ‘Er is niemand die hier binnenstapt en doet alsof hij een probleem heeft. Vroeger gebeurde dat wel af en toe eens via de telefoon, maar dat was niet extreem. Sinds jongelui met ons kunnen chatten, twijfelen we wel eens aan de oprechtheid. Maar 100 procent zeker zijn we nooit, dus we gaan er altijd van uit dat het probleem serieus is. We behandelen elke hulpvraag zo goed mogelijk, zodat ons achteraf niets kwalijk kan genomen worden.’
Is er de laatste jaren een stijging merkbaar van oproepen die te maken hebben
met alcohol en drugs?

Carole: ‘Op het JAC komen we niet zoveel in aanraking met drugs –of alcoholgebruikers. Het gebeurt zelden dat jongvolwassenen binnenstappen en vertellen dat ze een alcoholprobleem hebben of drugsverslaafd zijn. Dat komt vooral omdat er voldoende gespecialiseerde hulp rond alcohol en drugs is, buiten het JAC. Zo heb je bijvoorbeeld de Sleutel, een dagcentrum in Mechelen voor personen met een drugprobleem of andere verslavingen. Ze kunnen ook altijd terecht bij De Druglijn of het Antwerps Drug Interventie Centrum (Adic), een psychosociaal revalidatiecentrum voor druggebruikers. Jongeren met een drugs –of alcoholprobleem die geholpen willen worden, zullen dus eerder naar zulke centra stappen dan naar het JAC, omdat wij een heel breed aanbod hebben. Jongelui komen eerder naar ons als ze zich zorgen maken over een vriend die te veel drugs gebruikt of als ze vinden dat hun vader te veel alcohol drinkt.’
Stel dat iemand een ernstig probleem heeft, lichten jullie dan de familie in?
Carole: ‘Wij hebben beroepsgeheim en werken strikt vertrouwelijk. Jongeren kunnen naar ons toe komen zonder hun naam te vermelden. Soms zijn we natuurlijk wel van mening dat iemand zijn of haar probleem best kan vertellen aan meerdere mensen, zodat er over gepraat kan worden. Wij zullen die persoon dan motiveren om die stap te zetten maar wij zullen dat nooit in zijn of haar plaats doen. Stel dat iemand zelfmoord wil plegen, dan zijn we wel verplicht van de politie te verwittigen. Maar dan gaat het om leven en dood.’

JAC Mechelen is open op maandag, woensdag en vrijdag tussen 12u en 17u30.
Adres: Sint-Katelijnestraat 57, 2800 MECHELEN
Meer info: http://www.jacmechelen.be/


Lisa Van de Velde

vrijdag 18 maart 2011

Pro & Contra

Geluidsnorm beperken tot 100 dBa?
Ja

‘De problemen die luide muziek met zich meebrengt zijn meestal onomkeerbaar’, aldus Sarah Van Haver.
Het voorstel van minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege (CD&V) om de geluidsnorm te beperken van 103 dBa tot 100 dBa krijgt veel kritiek. ‘Voor de algemene gezondheid is dit alleszins geen slecht idee’, aldus Sara Van Haver (25), assistente ORL (neus-keel-oorziekten) in het Sint-Vincentiusziekenhuis in Antwerpen.

‘De laatste jaren is er een grote toename van patiënten met lawaaischade door luide muziek waarneembaar, vooral bij jongeren is er een stijging merkbaar. Een veelvoorkomend gevolg is tinnitus (oorsuizen).

De nieuwe geluidsnorm verandert daar hopelijk wat aan, anders zijn we binnenkort allemaal doof. 100 dBa is zeker nog voldoende om de muziek te horen en je te amuseren, de sfeer maak je tenslotte zelf. 3 dBa klinkt misschien weinig, maar naar schadelijkheid toe geeft het een heel groot verschil weer. Dat heeft te maken met de logaritmische schaal en als de drempel lager ligt, is er veel minder schade.

Het is zeker en vast goed dat de media zoveel aandacht geeft aan de geluidsnormen. De problemen die luide muziek met zich meebrengt zijn meestal onomkeerbaar. Daarom is het goed dat mensen hiervan op de hoogte worden gebracht. De maatschappij moet ingelicht worden over de gevolgen van luide muziek. Het probleem is ernstig genoeg om er aandacht aan te schenken, toch moeten we daarin niet overdrijven. Het kan niet de bedoeling zijn om paniek te zaaien.

De nieuwe wet zal een aanpassing zijn, maar uiteindelijk is dit een goede oplossing.
Ondanks mijn drukke agenda probeer ik mijn patiënten er altijd op te wijzen dat het dragen van oordopjes kunnen bijdragen in het voorkomen van lawaaischade. Het is positief dat deze gratis uitgedeeld worden op festivals en concerten. Ikzelf draag op maat gemaakte oordopjes en ik kan je verzekeren, de kwaliteit van de muziek vermindert hierdoor niet.’


Nee 

‘Soms komen mensen vragen of we nog luider kunnen spelen’, zegt Bart Verwaetermeulen.

Bart Verwaetermeulen (41), gitarist en zanger van de Mechelse rockgroep Frituur Paula, vindt de nieuwe maatregel overroepen. ‘Sommige muziekstijlen hebben nu eenmaal extra decibels nodig om hun boodschap over te brengen.’

‘De muziek die wij met onze rockgroep brengen vereist een hoog aantal dBa .We proberen wel altijd rekening houden met het publiek. Een optreden in een kleine ruimte vraagt een andere instelling dan een festival in openlucht. Onze drummer heeft de luxe van een digitaal drumstel te hebben met een volumeknop, zodat we het volume zelf kunnen regelen. De andere bandleden moeten hun instrumenten daarop afstemmen, zodat ze zelf niet op de achtergrond verdwijnen.

Onze groep heeft een bepaalde sound die een welbepaald volume en speeltechniek vraagt. Met de nieuwe geluidsnorm zou dit niet mogelijk zijn.
Afhankelijk van de plaats in de zaal verschilt de sterkte van het geluid. Achteraan in de zaal worden er minder decibels geproduceerd dan vooraan naast de boxen.

Vorig jaar hebben we opgetreden in een zaal waar meetapparatuur stond. Vanaf het moment dat je boven de 100 dBa produceerde, begon een lamp te branden waardoor 30 seconden later de elektriciteit uitviel. Die lamp heeft de hele avond gebrand maar de elektriciteit is niet uitgevallen, wat positief was, want dat zou schadelijk geweest zijn voor onze instrumenten.

Ik ben er ook van overtuigd dat het publiek medeverantwoordelijk is voor een aantal dBa door hun gezang en geroep. Soms komen mensen vragen of we nog luider kunnen spelen, maar het is ook niet de bedoeling dat de ramen stukspringen of dat mensen gehoorschade oplopen. We willen enkel dat onze muziek tot zijn recht komt. Er moet dus worden gezocht naar een goed en haalbaar evenwicht.

Onze bandleden maken gebruik van In-Ears Monitors, speciale oordopjes, zodat we zelf geen last krijgen van lawaaischade door onze eigen muziek. Vroeger hadden we dat niet en hadden we soms twee dagen na een optreden nog last van oorsuizingen.’


Lisa Van de Velde